Wanneer men op zoek gaat naar een telefooncentrale komt u in contact met een aantal essentiële termen. Aangezien deze vaak van technische aard zijn, zult u op de duur door de bomen het bos niet meer zien. Om u te helpen lijsten we hieronder de meest voorkomende termen binnen dit domein op.
Centrex: Central Office Exchange Service is software van een openbare telefooncentrale dat wordt aangeboden zoals PABX. Ze zijn rechtstreeks afkomstig uit een openbaar netwerk. Met andere woorden, een gebruiker van Centrex heeft dus geen speciale uitrusting nodig, zowel bij analoge als bij digitale lijnen.
Codec: Dit is software dat data kan comprimeren en decomprimeren. Zo kan men geluid of beeld coderen in een bestandsformaat van een bepaalde kwaliteit. Codec wordt vaak gebruikt bij VoIP om een bericht te coderen en de boodschap gemakkelen te decoderen, zo is een snelle overdracht mogelijk.
CTI: Computer Telephony Integration is de koppeling tussen een telefooncentrale en een computernetwerk (LAN). Deze koppeling zal toestaan dat het communicatiesysteem en het datanetwerk. U kunt genieten van meer mogelijkheden, zo kunnen bijvoorbeeld klanten meteen herkend worden op basis van hun telefoonnummer en kunt u snel korte informatie opvragen om hen weer verder te helpen.
DECT: Digital Enhanced Cordless Telecommunications is een technologie dat draadloos bellen binnen uw bedrijf mogelijk maakt. De verbinding is van even goede kwaliteit dan een vast toestel, dankzij een digitale radioverbinding.
IPBX: Internet Private Branch eXchange wordt ook wel Internet Protocol Private Branch Exchange (IP-PBX) genoemd. Het systeem kan een verbinding tot stand brengen voor telefoontoestellen die op VoIP of Voice over IP technologie gebaseerd zijn. De verbinding is van goede kwaliteit, dankzij een digitale radioverbinding.
UM: Unified messaging is eigenlijk het systeem waarbij inkomende berichten in een gemeenschappelijk inbox worden opgeslagen en geregistreerd.
Mini telefooncentrale: Dit is een telefooncentrale met beperkte capaciteit. Deze heeft als bijzonder kenmerk dat deze gelijkt op een eenvoudige vaste lijn. Een mini telefooncentrale is beschikbaar voor maximum 10 toestellen.
PABX: Deze term staat voor Private Automatic Branch eXchange. Dit wil zeggen dat de telefooncentrale privé gebruikt wordt door een bedrijf. Deze telefooncentrale heeft al optie om meer toestellen aan te sluiten.
LAN: Of Local Area Network wordt vaak beperkt tot een bepaald gebied, zoals bijvoorbeeld een huis, een gebouw, bij bedrijven of scholen. De omvang van dit computernetwerk kan variëren van 100 tot 1.000 gebruikers.
WAN: Of Wide Area Network is een computernetwerk dat over een groot geografisch gebied (land of continent) verspreid kan zijn. Ook het internet kan als WAN bekeken worden.
PSTN: De afkorting voor Public Switched Telephone Network, staat ook wel bekend als het openbare telefoonnetwerk. Dit is in feite het traditionele telefoonnetwerk.
DID: Direct Inward Dialing wordt vaak gebruikt in combinatie met PBX-systeem. Hierdoor is het mogelijk dat een reeks nummers gekoppeld zijn aan één of meer telefoonlijnen. Zo kunt u in uw bedrijf elke medewerker een persoonlijk nummer geven, zonder dat er een aparte telefoonlijn nodig is.
Softphone: Dit is een softwarematige telefoon die u met een headset kunt aansluiten op een computer of laptop. Deze kan gebruikt worden om over het internet te bellen, evenals via het gewone telefonienetwerk.